Knielend oraal op een bakstenen pad met stenen muur en groen
De zon verwarmt het ruwe bakstenen pad terwijl ze blootsvoets knielt op de koele stenen, haar knieën duwen in het oneffen oppervlak. Een stenen muur rijst achter haar op, werpt een schaduw die het middaglicht in scherpe lijnen breekt. Groene ranken klimmen tegen de muur op, hun bladeren ruisen in de bries, terwijl de geur van aarde en gras in de lucht hangt. Ze leunt naar voren, haar mond ontmoet hem waar hij staat, haar handen grijpen zijn dijen voor balans. De ruwe textuur van de bakstenen drukt in haar huid, maar ze merkt het niet—haar aandacht ligt op de manier waarop zijn lichaam zich spant, het lage gekreun dat ontsnapt als ze hem dieper neemt. Het groen deint om hen heen, het moment inkaderend in natuurlijke stilte, de enige geluiden het af en toe ruisen van bladeren en het natte, ritmische geluid van haar werk.
Reacties (0)
Log in om te reageren